maandag 23 februari 2009

Een medewerker zit achter de computer

Een duidelijke titel waarbij waarschijnlijk iedereen het volgende beeld in gedachten heeft.


Tegenwoordig is het een hele gebruikelijke situatie dat het eigenlijk niemand nog opvalt. Maar lees nu de zin nogmaals: de medewerker zit achter de computer.

Moet het beeld niet zijn zoals hieronder?

Wellicht zou iemand 50 jaar geleden het ook zo hebben getekend, als hem of haar was uitgelegd wat de achterkant van de personal computer was.

Woorden vertalen zich in beelden. Maar welk beeld heeft u bij het vertalen in woorden?

Hoe vaak denkt u bij het schrijven van een email, memo, rapport aan het beeld 'de medewerker zit achter de computer'? U richt zich waarschijnlijk meer op het vinden van de juiste woorden, het aanbrengen van nuances, politiek correct taalgebruik en grammaticaal goed opgebouwde zinnen. En dan wordt het verstuurd en de ontvanger zit hoogstwaarschijnlijk achter zijn computer. Wat is dan belangrijker; uw gebruik van woorden of het beeld die de ontvanger in gedachten heeft?

Wellicht is het goed om samen na te gaan hoe een beeld bij de ontvanger tot stand komt:
U ziet (hoort, voelt of ruikt) iets en vervolgens doet u een interpretatie (het verbeelden). Deze interpretatie probeert u te vertalen in woorden op schrift. Ten slotte vertaalt de lezer dit weer in een beeld. De kans dat de lezer een ander beeld heeft dan u voor ogen had, is dus best groot. Voordat u begint met de vertaling in woorden heeft u namelijk al een eerste afgeleide gemaakt, namelijk de verbeelding van wat u zag (hoorde, voelde of rook).

Het is nog steeds zo dat veel tijd in onderwijs wordt besteed aan het leren schrijven. Hiermee wordt vergeten dat het begint bij het zien (en andere zintuigen) en het verbeelden. Zijn we hier niet goed in, dan kunnen we nog zo fantastisch correct schrijven, het beeld komt niet aan.

Wellicht ontstaan dus veel van de onduidelijkheden bij deze eerste stappen. Dat betekent dat u zelf er iets aan kan doen. Namelijk beter kijken en verbeelden. Begin eenvoudig en kijk eens naar de medewerker die achter de computer zit. Welk beeld heeft u daar werkelijk bij?

zondag 8 februari 2009

Het onderweg zijn is net zo belangrijk als het doel

De meeste mensen zijn vaak onderweg. Op basis van het Tijdsbestedingsonderzoek (TBO) kan worden nagegaan dat Nederlanders van 12 jaar en ouder gemiddeld 17 keer per week een verplaatsing maken en daarvoor ruim 9 uur onderweg zijn.

Over het algemeen wordt er veel geklaagd over het onderweg zijn. Er was file, trein kwam te laat, een lekke band, te laat vertrokken, te lange reis, vliegtuig had vertraging, zere voeten, ik moest ook nog mijn ander kind naar judo brengen etc. geven aan dat onderweg zijn niet gemakkelijk is.

Wanneer is onderweg zijn eigenlijk wel leuk? Gisteren zat ik als passagier ongeveer 2 uur in de auto. Lange uitgestrekte wolken door een rode ondergaande zon belicht, geen opstoppingen en tijdsdruk, maar wel beeldende muziek waardoor ik in gedachten verzonk #. Als passagier kon ik wegdromen, ontspannen en zo op nieuwe ideeën komen.



Deze manier van onderweg zijn, geeft meerwaarde aan het bereiken van de bestemming.

Onderweg naar een bestemming is als een middel om een doel te realiseren. Het doel heiligt niet alle middelen als men weet welke frustraties het onderweg zijn met zich mee kan brengen.

Door de jaren heen besteden we meer tijd met onderweg zijn, zoals organisaties meer in beweging zijn. Misschien moeten we daarom gaan denken in termen van het middel heiligt het doel om het onderweg zijn te verbeteren. Belangrijk is in ieder geval te realiseren dat doel en middel aan elkaar verbonden zijn.

In dit verband zou het interessant zijn om het beeld bij het doelloos onderweg zijn te toetsen. Avontuur, zwervend bestaan of roekeloosheid en inefficiënt handelen, wat is het volgens u?


#Grappig om te weten is dat het dromen over een passagier zijn in de auto niet hetzelfde is als een passagier die in de auto zit te dromen: “Als je droomt dat je inzittende bent van een auto, dan wil dat zeggen dat jij je eigen leven niet in handen hebt, maar dat je voor een deel door anderen geleefd wordt (je bent niet jezelf!). Een auto symboliseert het lichaam, en de inzittende symboliseert de ziel. Dus de persoon, die zelfstandig een voertuig bestuurt, rijdt zelf en heeft de leiding in handen!”