
Tegenwoordig is het een hele gebruikelijke situatie dat het eigenlijk niemand nog opvalt. Maar lees nu de zin nogmaals: de medewerker zit achter de computer.
Moet het beeld niet zijn zoals hieronder?

Wellicht zou iemand 50 jaar geleden het ook zo hebben getekend, als hem of haar was uitgelegd wat de achterkant van de personal computer was.
Woorden vertalen zich in beelden. Maar welk beeld heeft u bij het vertalen in woorden?
Hoe vaak denkt u bij het schrijven van een email, memo, rapport aan het beeld 'de medewerker zit achter de computer'? U richt zich waarschijnlijk meer op het vinden van de juiste woorden, het aanbrengen van nuances, politiek correct taalgebruik en grammaticaal goed opgebouwde zinnen. En dan wordt het verstuurd en de ontvanger zit hoogstwaarschijnlijk achter zijn computer. Wat is dan belangrijker; uw gebruik van woorden of het beeld die de ontvanger in gedachten heeft?
Wellicht is het goed om samen na te gaan hoe een beeld bij de ontvanger tot stand komt:
U ziet (hoort, voelt of ruikt) iets en vervolgens doet u een interpretatie (het verbeelden). Deze interpretatie probeert u te vertalen in woorden op schrift. Ten slotte vertaalt de lezer dit weer in een beeld. De kans dat de lezer een ander beeld heeft dan u voor ogen had, is dus best groot. Voordat u begint met de vertaling in woorden heeft u namelijk al een eerste afgeleide gemaakt, namelijk de verbeelding van wat u zag (hoorde, voelde of rook).
Het is nog steeds zo dat veel tijd in onderwijs wordt besteed aan het leren schrijven. Hiermee wordt vergeten dat het begint bij het zien (en andere zintuigen) en het verbeelden. Zijn we hier niet goed in, dan kunnen we nog zo fantastisch correct schrijven, het beeld komt niet aan.
Wellicht ontstaan dus veel van de onduidelijkheden bij deze eerste stappen. Dat betekent dat u zelf er iets aan kan doen. Namelijk beter kijken en verbeelden. Begin eenvoudig en kijk eens naar de medewerker die achter de computer zit. Welk beeld heeft u daar werkelijk bij?
